Op 8 januari 2026 werd de nieuwste versie van de norm NBN B 15-001 gepubliceerd. Deze norm heeft betrekking op de specificatie, eigenschappen, vervaardiging en conformiteit van beton en vormt de nationale aanvulling op de NBN EN 206:2013+A2:2021. De versie van 2026 vervangt de voorgaande editie van 2024. Dit artikel biedt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen die van belang zijn voor de betonproducenten

Wat wordt er gewijzigd?

Algemene geschiktheid en specifieke gebruiksgeschiktheid van cementen

De NBN B 15-001:2026 bevestigt dat de algemene geschiktheid ook voor cementen conform NBN EN 197-6 is aangetoond. Dit betekent dat deze nieuwe cementen, waaronder cementsoorten met fijne deeltjes uit gerecycleerd beton, geschikt zijn als grondstof voor betonproductie en bijdragen aan circulaire toepassingen.

Voor specifieke toepassingen, zoals betonmengsels met verhoogde vorstbestendigheid of andere prestatie-eisen, is de geschiktheid echter nog niet aangetoond. Een cement dat voldoet aan de algemene gebruiksgeschiktheid, is dus nog niet automatisch geschikt voor alle concrete toepassingen. De tweede fase van beoordeling, namelijk de specifieke gebruiksgeschiktheid, moet eerst worden uitgevoerd voordat deze cementen op grotere schaal kunnen worden gebruikt.

Het is duidelijk dat de 2026-versie van de betonnorm de introductie van nieuwe, circulaire cementtypes ondersteunt, maar voor specifieke toepassingen blijft voorlopig bijkomend onderzoek nodig om de geschiktheid voor gebruik aan te tonen.

Voor specifieke toepassingen, zoals betonmengsels met verhoogde vorstbestendigheid of andere prestatie-eisen, is de geschiktheid echter nog niet aangetoond. Een cement dat voldoet aan de algemene gebruiksgeschiktheid, is dus nog niet automatisch geschikt voor alle concrete toepassingen. De tweede fase van beoordeling, namelijk de specifieke gebruiksgeschiktheid, moet eerst worden uitgevoerd voordat deze cementen op grotere schaal kunnen worden gebruikt.

Het is duidelijk dat de 2026-versie van de betonnorm de introductie van nieuwe, circulaire cementtypes ondersteunt, maar voor specifieke toepassingen blijft voorlopig bijkomend onderzoek nodig om de geschiktheid voor gebruik aan te tonen.

Correcties in de tabellen 3-ANB, 4-ANB en 5-ANB

De norm bevat enkele noodzakelijke correcties in de tabellen die betrekking hebben op de  specifieke gebruiksgeschiktheid van cementen en van combinaties cement-toevoegsels.

Voor de vorstbestendigheid van granulaten in het algemeen geldt met deze nieuwe versie dat voor gebruik in beton in klasse EE2 (XF1) geen aanvullend bewijs van vorstbestendigheid meer vereist is. Dit vereenvoudigt de procedure voor standaard betonproductie.

Voor gerecycleerde granulaten gelden aangepaste eisen. De vorstbestendigheid van beton dat gerecycleerde granulaten bevat, wordt geacht te voldoen als de maximale waterabsorptie van deze gerecycleerde granulaten 4,5% bedraagt. Voor gerecycleerde granulaten die hieraan niet voldoen kan de vorstbestendigheid ook getest worden aan de hand van een methode geïnspireerd op NBN EN 1367-1. Deze methode is verder uitgewerkt in de nieuwe Bijlage T van de NBN B 15-001:2026. Hierbij wordt de vorstbestendigheid bepaald op mengsels van grove granulaten bestaande uit 20% gerecycleerde betongranulaten en 80% natuurlijke granulaten, zodat de prestaties overeenstemmen met de mengsels die effectief gebruikt worden. Deze nieuwe methode laat toe dat de vorstbestendigheid van het inerte skelet wordt aangetoond, zonder meer omslachtige betonproeven te moeten uitvoeren, wat echter ook nog steeds mogelijk blijft.

De eisen voor betonbrekerzanden Type A+

De NBN B 15-001:2026 introduceert voor het eerst betonbrekerzanden A+, een nieuw type granulaten dat gebruikt kan worden in betonmengsels. Betonbrekerzanden zijn de fijne fracties van gebroken A+ betongranulaten, die vroeger niet specifiek werden gereglementeerd. Voorheen richtte de norm zich enkel op grove A+ betongranulaten, maar de toevoeging van betonbrekerzanden maakt het nu mogelijk om ook fijne fracties efficiënt en consistent in betonproductie toe te passen.

De belangrijkste eisen voor betonbrekerzanden A+ zijn:

  • Algemene geschiktheid: geschikt als grondstof voor beton, volgens de algemene norm voor granulaten.
  • Fysische eigenschappen: waterabsorptie, dichtheid en korrelverdeling moeten binnen de vastgelegde limieten vallen.
  • Consistentie en kwaliteit: het materiaal moet homogeen zijn en vrij van verontreinigingen, zodat de kwaliteit van het eindbeton gewaarborgd blijft.

Gebruiksmogelijkheden voor grove betongranulaten A+ en betonbrekerzanden A+

Voor de grove betongranulaten A+ zijn de gebruiksmogelijkheden in NBN B 15-001:2026 uitgebreid tot een druksterkteklasse van maximaal C35/45  en een omgevingsklasse tot EE3.  De nieuwe versie maakt het nu mogelijk om ze in een bredere reeks druksterkteklassen te gebruiken. Dit vergroot de flexibiliteit van betoncentrales bij het inzetten van hoogwaardige gerecycleerde materialen.

Voor de betonbrekerzanden A+ (fijne fracties) gelden meer beperkte toepassingsmogelijkheden: deze mogen worden gebruikt tot maximaal C30/37 EE3. Hiermee worden de kwaliteit en duurzaamheid van betonmengsels gewaarborgd, terwijl de circulaire toepassing van fijne fracties wordt gestimuleerd.

Door deze aanpassingen kunnen betonproducenten zowel grove als fijne betongranulaten A+ toepassen op een manier die de prestaties van het beton garandeert en tegelijkertijd de circulaire doelstellingen ondersteunt.

Bijlagen B.5 en I: vezelverdeling en alkaligehalte van specifieke grondstoffen

De NBN B 15-001:2026 bevat enkele aanpassingen in de bijlagen die relevant zijn voor de kwaliteit van beton met specifieke grondstoffen:

Bijlage B.5 – Homogeniteit van vezelverdeling

De methode om te bepalen of toegevoegde vezels homogeen verdeeld zijn in vers beton is aangepast. De nieuwe methode geeft een beter beeld van de vezelverdeling in het volledige mengsel. Een homogene vezelverdeling is immers cruciaal voor de consistente prestatie van het vezelversterkte beton, zowel qua mechanische eigenschappen als duurzaamheid.

Bijlage I – Forfaitaire waarden voor alkaligehalte
In Bijlage I zijn forfaitaire waarden toegevoegd of aangepast voor het alkaligehalte van bepaalde grondstoffen, waaronder betonbrekerzanden A+, gegranuleerde hoogovenslakken en CEM VI. Dit helpt producenten bij het beoordelen van de geschiktheid van deze materialen voor betonproductie, met het oog op duurzaamheid en het voorkomen van alkali-silica reacties.

Door deze aanpassingen biedt de norm duidelijke richtlijnen voor zowel vezelbeton als voor het gebruik van nieuwe en gerecycleerde grondstoffen, waardoor betoncentrales de kwaliteit en duurzaamheid van hun producten beter kunnen waarborgen.

Gevolgen voor bestaande certificaten

De invoering van de NBN B 15-001:2026 brengt geen strengere regels voor bestaande certificaten met zich mee. Alle BENOR-certificaten die reeds bestaan werden op 8 juni 2026 automatisch aangepast aan de nieuwe norm. Er zijn geen aanvullende controles of aanpassingen door de producent nodig om de certificaten te behouden.

De nieuwe norm biedt vooral meer duidelijkheid en uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden, bijvoorbeeld voor het toepassen van gerecycleerde betongranulaten en betonbrekerzanden

Als aanvulling op het kader dat in de norm NBN B 15-001 is vastgelegd voor het gebruik van gerecycleerde granulaten, heeft PROCERTUS ook een specifiek en transversaal reglementair kader opgesteld voor de BENOR-certificatie van stortklaar beton en geprefabriceerde elementen waarin teruggewonnen granulaten zijn verwerkt: de Reglementaire nota RNR 024. Deze nota versterkt de principes van circulariteit nog verder.

Zie voor meer informatie het artikel op onze website.

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Related articles